woensdag 7 mei 2014

Zomervakantieboeken



De zomer komt eraan! In Nederland dan, hier zitten we er al middenin. Alle Indiase kinderen hebben vakantie, alleen de internationale scholen houden de Europese en Amerikaanse zomervakanties aan, zodat die van ons midden in het regenseizoen valt. Maar dat maakt helemaal niets uit voor mijn verhaal van vandaag: ik ga het hebben over vakantieboeken. Van die dikke boeken waar je lekker lang in kunt lezen en dus ideaal om mee te nemen naar de camping of het zomerhuis.

Tot nog niet zo lang geleden namen wij op vakantie zo’n 20 boeken mee. Tien per persoon. Want stel je voor dat je op je stoeltje in de schaduw of op je laken aan het zwembad ineens zonder leesvoer zit! Wég vakantievreugde. Toen oudste zoon W. ook steeds meer ging lezen en we ineens 2 extra weekendtassen met boeken tussen de bagage zagen staan, was het klaar. Tijd voor de e-reader! We hebben er inmiddels 4 en middelste zoon leest graag op de iPad mini, dus die toestanden hebben we gelukkig niet meer. Geen risico op boekloze vakantiedagen én geen gezeul meer met al die kilo’s.

De boeken zelf dan nu. Ik heb net twee bijzondere romans gelezen, meteen na elkaar. Ongelooflijk verschillend (het was even omschakelen) en toch met een gemeenschappelijk thema: eenzaamheid. Eenzaam door slechts met enkele mensen om je heen contact te hebben. Of eenzaam wanneer je je realiseert dat je temidden van al die mensen om je heen slechts één echte vriend hebt.

Niet meteen denken nu dat het geen leesvoer is voor op vakantie, want beide boeken zijn niet zwaarmoedig. Om te beginnen Norwegian Wood van Haruki Murakami, de Japanse auteur die met dit boek in 1987 doorbrak. Een rustige, verstilde roman, waarin ogenschijnlijk niet zoveel gebeurt. Watanabe, de hoofdpersoon, is een serieuze en fatsoenlijke Japanse student die zich nooit anders voordoet dan hij is en die zijn vrije zondagen doorbrengt met het doen van de was. Zijn grote liefde is Naoko, met wie hij een verdrietig verleden deelt: de zelfmoord van hun gemeenschappelijke vriend Kizuki. Naoko kan dit verdriet niet aan en trekt zich langzaam terug uit de echte wereld, Watanabe probeert een zo normaal mogelijk leven te leiden. Hij leert Midori kennen, een levenslustige en seksueel uitgesproken jonge vrouw en wordt verscheurd tussen zijn liefde voor beide vrouwen. Wanhoop, eenzaamheid, liefde, vriendschap, seksualiteit….grote thema’s op een prachtige manier beschreven. Met een prachtige rol voor Reiko, de kamergenote en vriendin van Naoko.

Een totaal ander boek is De waarheid over de zaak Harry Quebert. Een boek dat me door de schrijfstijl en de verhaallijn ontzettend doet denken aan de romans van John Irving. Marcus Goldman is een schrijver die met zijn debuutroman meteen wereldberoemd wordt. Hij neemt het ervan, gaat op reis, geeft populaire feesten en geniet van zijn geld. En krijgt vervolgens een writer’s block. In de hoop dit kwijt te raken zoekt hij zijn oude leermeester Harry Quebert op. En daarmee beginnen de avonturen: er moet een moord opgelost worden, een vriend vrijgesproken en een boek geschreven.

Twee totaal verschillende boeken. Beide ontzettend boeiend. En ik ben een beetje jaloers. Op een schrijver die een boek met zo weinig actie zo mooi en interessant kan houden. En op een schrijver die een boek kan schrijven waarin uiteindelijk alle lijnen samen komen zonder dat dit halverwege het boek al duidelijk wordt. Ik heb eindelijk een eerste pagina van een boek geschreven, eindelijk een pagina waarover ik tevreden ben. En heb geen idee hoe het verder moet gaan. Nou ja, voorlopig eerst nog maar eens meer lezen dan.

Veel leesplezier op vakantie straks!

dinsdag 18 februari 2014

Lunchtijd



Alsof ik een enorme zoetekauw ben. Nu is dat ook wel zo, maar mijn kookplezier zit in meer dan alleen maar het bakken van koekjes en taarten. 
Hoog tijd voor andere koek dus: een lekkere salade voor de lunch.

In mijn koelkast ligt nog een stukje overgebleven bloemkool. De kool was te groot om helemaal door het gerecht van gisteravond te doen. En dat wat overbleef was weer te groot voor ons knabbelend konijn. Daar moest iets anders mee gebeuren.. Een bloemkoolsalade. 

In mijn studententijd heb ik ooit eens een salade gehad van rauwe bloemkool met cashewnoten, klaargemaakt door het vriendinnetje van een huisgenoot. Ergens heb ik nog een beeld van een verdwaalde rozijn en dat de bloemkool rauw geraspt werd. Wat er meer in zat, weet ik niet meer. Alleen dat het echt verrassend lekker was, dat weet ik nog heel goed. 
Grappig hoe een gerecht kan blijven hangen in je herinneringen. Hoe ik het nog zo voor me zie in die grote schaal, op de wasmachine (!) in de keuken van het studentenhuis. Klaar om opgegeten te worden door een grote groep meiden.  
Het contact met de vroegere huisgenoten is verwaterd, navragen naar vroegere vriendinnetjes en het recept is er dus niet bij. Nee, hiervoor zou ik zelf moeten speuren. De laatste jaren ben ik dan ook altijd alert geweest op recepten met rauwe, fijne bloemkool en cashewnoten, maar nooit het recept gevonden.

Met de bloemkool in de koelkast popte die salade weer in hoofd, en ben ik nog eens in/op Pinterest gaan zoeken.  Fijne bloemkool blijkt als bloemkool  couscous vaker voor te komen, maar niet in de combi die ik voor ogen. Dan toch maar zelf experimenteren, met alleen maar mijn eigen herinnering en idee van smaak als bron? Eigenlijk niks voor mij (ik ben een trouwe recepten volger) , maar ik heb echt genoten van een heerlijke lunch.

Bloemkoolsalade met cashewnoten 

- kwart bloemkool
- cashewnoten
- rozijnen (geweld)
- paar takjes verse munt
- paar takjes koriander
- zout en peper
- olijfolie ( ik had nog een mooie citroenolijfolie staan)
- citroensap

De rauwe bloemkool fijn malen of raspen, zo fijn dat het inderdaad op couscous lijkt. Dat kan volgens mij op vele manieren, met de keukenmachine of een handrasp.  Ik heb een klein hakmolentje gebruikt met scherpe ronddraaiende mesjes dat je met een trektouwtje snel ronddraait. Soms zijn die spulletjes van Tupperware echt handig.  Vervolgens ook de cashewnoten wat fijner hakken, maar nog wel met een bite en  de kruiden echt fijn snipperen.  En dat dan samen met de rozijnen door elkaar mengen.  En op smaak brengen met de olie, citroensap, peper en zout. 

zaterdag 15 februari 2014

tijdreizen ..


De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween.. inderdaad een geweldig boek met een direct pakkende titel. Het maakt nieuwsgierig naar het hoe en wat én je krijgt direct al een idee van de humor die je ongetwijfeld gaat lezen in het boek.  En ja.. die eerste indruk maakt het boek helemaal waar.  Meerdere malen heb ik hardop gelachen bij de avonturen van Allan.. die 100 jarige man uit het boek. 

Ik bladerde net nog even in het boek en moest glimlachen bij de korte opdracht die Jonas Jonasson neer pende:

Niemand kon zijn publiek beter boeien dan mijn opa, als hij licht voorovergebogen over zijn stok met zijn mond vol pruimtabak sterke verhalen vertelde. 'Echt? Is dat waar, opa?' vroegen wij kleinkinderen verbaasd. 'Wie alleen de waarheid vertelt, is het niet waard om naar te luisteren', antwoordde mijn opa. 

Zou zijn opa model hebben gestaan voor Allan?

Het was niet het eerste voorwoord dat ik vandaag las.

"Om aan een wens van vele leerlingen en oud-leerlingen onzer School te voldoen,stelden wij dit kookboek samen, in de hoop dat ook menige huisvrouw, niet-oudleerling van de Huishoudschool-Laan van Meerdervoort, hierin  veel zal vinden, van wat zij op dit gebied zoekt. "      
 Den Haag, Augustus 1934 
Een 80 jarig kookboek. Het Haagse kookboek waarvan ik de 32 ste (!) uit 1957 in handen heb. Een relikwie uit een ander tijdperk. Toen boekwinkels nog bestaansrecht hadden, en de huishoudschool een gerenommeerd instituut.
Ik pakte het boek vandaag van mijn boekenplank omdat ik vermoedde dat ik daarin wel iets zou vinden voor het oude turks brood dat ik nog had liggen. Breadpudding of iets dergelijks had ik in gedachten. Pinterest was vast ook succesvol geweest, maar voor mijn idee hoort bij oud brood ook een echt oud kookboek. En ja hoor… voor de niets-verkwistende huisvrouw, die ergens diep in mij ook schuilt, heeft het Haagse Kookboek een recept voor warme broodpudding ;-)

Met wat kleine aanpassingen..


Warme broodpudding




  • 2 dl melk
  • 100 gr oud wit brood zonder korst (ik gebruikte Turks brood)
  • 15 gr boter
  • 35 gr suiker
  • 2 eieren (gesplitst)
  • rasp van 1 sinaasappel
  • 60 gr gele rozijnen (geweld) 

Tip 1 vooraf: Het is handig om alles klaar te zetten zodat je achter elkaar de stappen kunt maken.
De broodpudding wordt 'au bain marie' klaar gestoomd. Met de 4 kleine vormpjes waar ik voor gekozen heb, vond ik het praktischer om een
braadslede met kokend water te vullen en in de oven te klaar te zetten.
Tip 2 vooraf: Begin op tijd.. dit heeft even tijd nodig


- De puddingvormpjes invetten en met beschuitkruim bestrooien. Ze kunnen vast opwarmen in de braadslede. (Dan schrikt het beslag straks niet zo erg)

- De melk aan de kook brengen en daarin het brood weken en fijn roeren. Daarna boter, suiker en sinaasappelrasp, 2 eidooiers en rozijnen er door roeren.

- Eiwitten stijfkloppen en voorzichtig door de pap roeren. (Bij de term "pap" gaan bij mij toch echt al wat haartjes over eind staan. Maar het stond er echt. En misschien horen pap en pudding toch een beetje bij elkaar.)

- Dit mengsel doe je in de puddingvormpjes en je laat ze in 1,5 uur gaar stomen. Check het even met een saté-prikker. Een beetje droog aan de buitenkant, maar kurkdroog van binnen is ook niet nodig.  Het is pudding tenslotte.

Opeten wanneer het nog warm is, met een klodder losgeroerde abrikozenjam en poedersuiker.




Mooi materiaal die oude kookboeken, en zeker als dit het resultaat is.  Maar of ik ooit nog eens  de macaroni met rozijnen ga proberen?

woensdag 12 februari 2014

Het is zoals het is en het wordt zoals het wordt


Dit citaat komt uit een hilarisch boek dat ik net uitgelezen heb: De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson. Het gaat over, jawel, een 100-jarige man die uit het raam klimt en verdwijnt. Hij woont in een bejaardentehuis waar hij het helemaal niet naar zijn zin heeft en terwijl het personeel een feestje aan het organiseren is voor zijn 100ste verjaardag, besluit hij er tussenuit te knijpen.

En dan begint één groot avontuur. Diefstal, moord, liefde, vriendschap: Allan gaat gewoon op pad en komt van alles en iedereen tegen. Niet alleen het verhaal van na zijn vlucht is hilarisch, maar zijn hele levensgeschiedenis. Het verhaal springt heen en weer tussen de dag waarop hij 100 wordt en zijn vroegere jaren. Eigenlijk wil ik niet teveel over het verhaal vertellen, alleen dat het absurd en meeslepend is (denk aan: atoombommen, Himalaya, Franco, Truman, Stalin, Mao en nog veel meer). En dat je van Allan Karlsson, de 100-jarige man gaat houden. Ondanks (of misschien wel dankzij) alles wat hij doet. Het is zoals het is en het wordt zoals het wordt is zijn motto. De relaxedheid zelve, tijdens al het spannende, akelige en mooie dat hij meemaakt. 

Schrijver Jonas Jonasson zelf zegt op zijn website over het boek:  “An intelligent, very stupid book”.  En dat is het. Wat een fantasie! Geweldig, zie hem helemaal voor me zoals hij lachend achter zijn computer heeft moeten zitten.

Wat ik nog wel het meest bijzondere vond, is dat ik me realiseerde dat wij soms met zo weinig eerbied naar ouderen kijken. Nee, laat ik het in de ik-vorm houden. Als ik heel oude mensen zie, besef ik lang niet altijd hoe vol, apart, bijzonder en rijk hun leven misschien wel is geweest. Ik zie voornamelijk de persoon in het heden, de oude versie, niet de vele personen die hij of zij in het verleden is geweest. 

Het deed me denken aan een voorval jaren terug, onze oudste jongens waren nog heel klein. Ik was de was aan het opvouwen en zij waren om me heen aan het spelen in de grote waskamer onderin ons huis in Polen. Ik had een cassetterecorder aan staan (Ja echt! Een cassetterecorder!) met daarin een bandje met Italiaanse muziek. Ik was lekker aan het meezingen en was de jongens aan het uitleggen dat ik jaren daarvoor in Italië had gewoond en Italiaans had leren spreken. Ik was druk aan het vertellen toen ik zag dat ze me allang niet meer volgden. Dat ik bestaan had voor zij er waren, dat kwam niet in hen op. Veel te moeilijk om te begrijpen op die leeftijd. En ook eigenlijk totaal niet interessant. Ik was gewoon daar en dan, hun mama, niet het 20-jarige meisje dat ik ooit ben geweest.

Mooi dat dit boek me naast uren leesplezier en af en toe hardop lachen, ook weer even dit heeft laten zien. Dat een mens niet alleen de huidige versie is, maar ook al die versies die ik nooit heb gekend. 

maandag 16 december 2013

Een kleine droom


Een kleine droom, je eigen tent met stoer eten? Volgens mij is dat stiekem best een grote droom. En als je die gerealiseerd hebt, kom ik er dagelijks even langs, voor een kop thee met een stuk taart of stoer brood met lekker beleg. En dan ga ik daar mijn boeken lezen. Heerlijk! Maar of je deze pumpkin pie op de kaart moet zetten, ik weet het niet hoor. Eerst nog even wat andere recepten uitproberen? 

Zoveel dromen, ook ik! Een winkeltje runnen. Een boek schrijven. Een taalcursus volgen (oh, hé, da’s niet zo’n moeilijke). Een stichting starten. Een huis met een tuinhuis om in te werken. Een wandeltocht van weken. Nog veel meer van de wereld zien. Ik blijf dromen en stukje bij beetje zet ik de dromen om in daden. Jij ook? Doen we het samen.

Intussen blijf ik schrijven en lezen. Op aanraden van collega S. ben ik onlangs in En uit de bergen kwam de echo van Khaled Hosseini begonnen. Zo raar, ik had zijn eerdere boeken met veel plezier gelezen, maar ik kon me er niet toe zetten hier in te beginnen. Voor sommige boeken moet je klaar zijn en moet je er zin in hebben (ik in ieder geval). Wat dat dan ook betekent. Maar het was het lezen waard. Een mooi boek dat zich grotendeels in Afghanistan afspeelt. Een bijna buurland van India, waardoor de sfeer in het boek ineens heel dichtbij kwam. Het stoffige, het verschil tussen arm en rijk, de chauffeur. Mooi!

En daarna – op aanraden van dezelfde collega S. – aan iets heel anders begonnen: de boeken van Karl Ove Knausgard: Vader. Liefde. Zoon. Nacht. Ik ben inmiddels bezig in Zoon. Er zijn nog 2 boeken in deze reeks, maar die zijn nog niet vertaald in het Nederlands. Knausgard is een in Zweden woonachtige Noor, een beetje een rare kerel. Erg op zichzelf. Na twee boeken en een schrijversblock is hij zijn eigen leven maar gaan beschrijven. Met een akelige precisie, ook over de mensen om hem heen. Wat hem aardig wat vriendschappen en familiebanden heeft gekost. De reeks die hij dubieus “Min Kamp” heeft genoemd (Mein Kampf) is weergaloos populair en Knausgard heeft inmiddels de status van een popster in zijn vaderland. Ik moet eerlijk bekennen dat er stukken in de boeken zitten die ik “diagonaal” lees, maar ik blijf nieuwsgierig naar hoe het verder gaat. En hij schrijft wonderschoon.

Van Afghanistan naar Zweden en Noorwegen. Ook zo “zie” ik veel van de wereld. Machtig is dat toch…

maandag 25 november 2013

Hoe eigenwijs kun je zijn?


Het verzoek was …kaneelbolletjes. Stiekem vond ik mijn vorige baksel al heel erg in de buurt van kaneelbolletjes komen.  Daarbij had ik nog steeds een enorme pompoen liggen, dus eigenwijs als ik ben, ging ik opnieuw voor een recept met pompoen. De taartvariant.

De laatste tijd zijn bij mij de voorbeelden uit Pinterest erg in trek. Maar dit is een recept uit de Leon. Een kookboek waarbij ik meteen viel voor de zelfbewuste titel: "Het leukste kookboek van de wereld".  Voor de helft een ingrediëntenboek, en voor de tweede helft een receptenboek doorspekt (nooit bij stilgestaan dat dit een kookterm is.) met persoonlijke anekdotes van de makers en een geweldige vormgeving.  De makers zijn bovendien de eigenaren van de gelijknamige restaurantketen.  Een hele keten ambieer ik niet, maar een plekje waar je kunt genieten van stoer eten, ja dat is wel een kleine droom.


De pumpkin pie had ik nog niet eerder gemaakt. Maar ik was aangetrokken door de combinatie met pecannoten. Mijn absolute favoriet onder de noten.  Die grote pompoen wachtte op dit gezelschap.

Tja….Al wat later op de avond kon ik voor mezelf een eerste punt afsnijden. En dat is dan toch gek.. je hebt van tevoren toch een bepaalde smaakverwachting.  Ik moest dus even schakelen…..  Het was niet zo zoet, meer een beetje een stevige koek. Nou stond het ook te boek als een dessert, aanbevolen met een bolletje vanille-ijs. Maar ja .. eigenwijs als ik ben, serveerde ik het als taart bij de koffie.  De volgende dag had manlief na 1 hap al snel voor zichzelf vastgesteld dat dit niet zijn ding was. Ik waagde me aan nog een stuk.. wie weet?  En ja  hoor smaak went.  Ik wist wat ik zou gaan proeven en waardeerde de smaak al ietsje meer. Maar zou ik het ook durven voorzetten aan een ander? Of stel je voor, zou ik het op de kaart zetten van mijn eigen zaak(je)?
Nog maar een keer een stukje proeven.  Het ontlokte bij manlief de opmerking dat mijn smaakpapillen waarschijnlijk helemaal van de wijs zijn gebracht door de groene smoothies waar ik tegenwoordig de dag mee begin. Een andere verklaring voor mijn eetgedrag met betrekking tot de pompoentaart had hij niet.  Maar echt ik begin het steeds lekkerder te vinden.

Omdat ik ook een 'wishfull thinking' van mijn kant niet kan uitsluiten, en omdat ik weet dat er wel degelijk suiker in zit en dit proeven toch enige nadelige bijeffecten heeft, wordt het tijd voor een experiment.
De 'slachtoffers' zijn mijn 3 collega's aan de flextafel bij Post21. Maar helaas geeft dit ook niet de gewenste duidelijkheid. Ook hier is het een kwestie van smaken verschillen. 1 overduidelijke nee, 1 gaat-wel en 1 liefhebber. Waarbij wel opgemerkt moet worden dat de liefhebber juist drastisch was geminderd met de suikers. Dat zegt ook wel weer wat.
Voorlopig nog maar niet opnemen op mijn menukaart dus.

Nog even getwijfeld of ik dan wel het recept zal vermelden. Maar eigenwijs als ik ben, heb ik toch maar besloten dat wel te doen.
Voor de nieuwsgierigen onder jullie….  Wie durft?

POMPOEN TAART


  •  1 kg pompoen (in blokjes van ongeveer 5 cm)
  • 100 ml ahornsiroop
  • 65 gr basterdsuiker
  • 50 ml melk
  • 10 gr boter
  • nootmuskaat
  • geraspte gember
  • 1/2 tl kaneel
  • zout
  • 3 eieren ( 3 dooiers, 2 eiwitten) 


deegbodem:


  • 150 gr pecannoten
  • 200 gr witte bloem
  • 70 gr bruine basterdsuiker
  • 120 gr boter
  • 2 ei dooiers 

topping:

  • 1 eiwit
  • 1 tl basterdsuiker
  • 1 eetlepel pompoenzaden.
pompoenmassa
De pompoen smeer je in met de ahorn siroop en verspreid het op een rooster in de over. Een lekbak er onder is zeker niet overbodig. (Tijd voor de bodem !) Na een 1 uur  haal je ze uit de oven en maal je de pompoen tot een gladde massa in de keukenmachine. Daarbij doe je dan 65 gr bruine basterdsuiker, 50 ml melk, een beetje boter, de kruiden en 3 eierdooiers en 2 eiwitten. Kloppen tot het een luchtige massa is. 

deegbodem
Maal de 150 gr pecannoten fijn in een blender en voeg daar de 200 gr witte bloem, 70 gr bruine basterdsuiker en 120 gr zachte boter aan toe. Meng dit door elkaar heen en voeg tot slot de  2 eierdooiers toe. De ontstane deegbal leg je vervolgens zo'n 20 minuten in de folie in de koelkast te rusten. Het deeg blijft wat brokkelig va structuur waardoor het makkelijk in de ingevette taartvorm (20 cm doorsnee) kan worden verdeeld en aangedrukt. Weer even 10 minuten rusten, gaatjes prikken en dan 25 minuten bakken in een oven van 180 C. 

De pompoenmassa kan dan op de bodem en daarna opnieuw de oven in. Voor nog eens 40 minuten.
Ondertussen maak jij de topping klaar.  Het eiwit opkloppen. Volgens recept mag je daar slechts een lepel van gebruiken. Dit meng je met 1 tl bruine suiker en de pompoenzaden. Dit gaat halverwege de baktijd op de taart.   Even laten afkoelen en daarna serveren met vanille0ijs.

ps..Ik kon het natuurlijk niet laten om toch wat meer eiwit te gebruiken.  Achteraf had ik, of moeten gaan voor de officiële variant, of moeten kiezen voor de echte merengue versie.  Dat laatste is misschien wel net de toevoeging waar iedereen bij omvalt.  Wie weet ga ik dat nog eens uitproberen.










maandag 18 november 2013

Over tijd en cultuur heen


Na al die heerlijke Läckbergs gelezen te hebben, kwam ik er achter dat ik het laatste deel in de reeks miste. Wat balen! Maar het was ook wel een goede aanleiding om weer eens een heel ander boek te lezen.

Dat andere boek werd De Wertheims van Silvia Tennenbaum, over een gegoede Duits-Joodse familie in Frankfurt begin 20e eeuw. Tennenbaum is zelf een nazaat van de familie Wertheim en heeft de geschiedenis van haar familie prachtig verweven met de geschiedenis van Europa in die tijd. De tijd van de twee wereldoorlogen.

Wat een mooi boek! Het leest erg gemakkelijk weg en geeft naast de persoonlijke geschiedenis en de impact van de geschiedenis van Europa op de familie, ook een mooi inkijkje in hoe een rijke familie leefde in die tijd.  

Een heel leger personeelsleden (nanny, kok, schoonmaker) en tafels vol met goed eten. Een leven vol kunst en cultuur, uitjes, reizen en mooie spullen.

En nou komt het: me bekroop steeds het gevoel dat een rijke Joodse familie uit begin 1900 meer gemeen heeft met een rijke Indiase familie anno nu, dan met een arme Duitse sloeber uit hun eigen tijd. En dat dus het leven van een rijke Indiase familie hier en nu meer lijkt op dat van de Wertheims daar en toen, dan op dat van een hedendaagse Indiër uit de onderste kaste. Of op dat van een “onaanraakbare”. Bizar.

Oh, wat zou ik toch graag eens in de tijd reizen! Wat zou het toch geweldig zijn om eens écht in een andere tijd te kunnen rondkijken. En zouden die Duitsers zich hier in India redden? In de Indiërs daar? 

Het blijft bij speculeren vrees ik... 

En voor nu: de laatste uit de reeks van Camilla Läckberg. Bij toeval kwam ik erachter dat we dit boek wél hebben: A. had hem op zijn e-reader gekregen bij zijn afscheid van zijn werk in Vlaardingen. En tot ik dit boek uit heb heb ik toch geen rust om te beginnen in al die andere.

Dus van de rode kool, aardappelpuree en puddingen van de familie Wertheim weer terug naar mijn favoriete kaneelbolletjes van Erica Falck!