maandag 25 november 2013

Hoe eigenwijs kun je zijn?


Het verzoek was …kaneelbolletjes. Stiekem vond ik mijn vorige baksel al heel erg in de buurt van kaneelbolletjes komen.  Daarbij had ik nog steeds een enorme pompoen liggen, dus eigenwijs als ik ben, ging ik opnieuw voor een recept met pompoen. De taartvariant.

De laatste tijd zijn bij mij de voorbeelden uit Pinterest erg in trek. Maar dit is een recept uit de Leon. Een kookboek waarbij ik meteen viel voor de zelfbewuste titel: "Het leukste kookboek van de wereld".  Voor de helft een ingrediëntenboek, en voor de tweede helft een receptenboek doorspekt (nooit bij stilgestaan dat dit een kookterm is.) met persoonlijke anekdotes van de makers en een geweldige vormgeving.  De makers zijn bovendien de eigenaren van de gelijknamige restaurantketen.  Een hele keten ambieer ik niet, maar een plekje waar je kunt genieten van stoer eten, ja dat is wel een kleine droom.


De pumpkin pie had ik nog niet eerder gemaakt. Maar ik was aangetrokken door de combinatie met pecannoten. Mijn absolute favoriet onder de noten.  Die grote pompoen wachtte op dit gezelschap.

Tja….Al wat later op de avond kon ik voor mezelf een eerste punt afsnijden. En dat is dan toch gek.. je hebt van tevoren toch een bepaalde smaakverwachting.  Ik moest dus even schakelen…..  Het was niet zo zoet, meer een beetje een stevige koek. Nou stond het ook te boek als een dessert, aanbevolen met een bolletje vanille-ijs. Maar ja .. eigenwijs als ik ben, serveerde ik het als taart bij de koffie.  De volgende dag had manlief na 1 hap al snel voor zichzelf vastgesteld dat dit niet zijn ding was. Ik waagde me aan nog een stuk.. wie weet?  En ja  hoor smaak went.  Ik wist wat ik zou gaan proeven en waardeerde de smaak al ietsje meer. Maar zou ik het ook durven voorzetten aan een ander? Of stel je voor, zou ik het op de kaart zetten van mijn eigen zaak(je)?
Nog maar een keer een stukje proeven.  Het ontlokte bij manlief de opmerking dat mijn smaakpapillen waarschijnlijk helemaal van de wijs zijn gebracht door de groene smoothies waar ik tegenwoordig de dag mee begin. Een andere verklaring voor mijn eetgedrag met betrekking tot de pompoentaart had hij niet.  Maar echt ik begin het steeds lekkerder te vinden.

Omdat ik ook een 'wishfull thinking' van mijn kant niet kan uitsluiten, en omdat ik weet dat er wel degelijk suiker in zit en dit proeven toch enige nadelige bijeffecten heeft, wordt het tijd voor een experiment.
De 'slachtoffers' zijn mijn 3 collega's aan de flextafel bij Post21. Maar helaas geeft dit ook niet de gewenste duidelijkheid. Ook hier is het een kwestie van smaken verschillen. 1 overduidelijke nee, 1 gaat-wel en 1 liefhebber. Waarbij wel opgemerkt moet worden dat de liefhebber juist drastisch was geminderd met de suikers. Dat zegt ook wel weer wat.
Voorlopig nog maar niet opnemen op mijn menukaart dus.

Nog even getwijfeld of ik dan wel het recept zal vermelden. Maar eigenwijs als ik ben, heb ik toch maar besloten dat wel te doen.
Voor de nieuwsgierigen onder jullie….  Wie durft?

POMPOEN TAART


  •  1 kg pompoen (in blokjes van ongeveer 5 cm)
  • 100 ml ahornsiroop
  • 65 gr basterdsuiker
  • 50 ml melk
  • 10 gr boter
  • nootmuskaat
  • geraspte gember
  • 1/2 tl kaneel
  • zout
  • 3 eieren ( 3 dooiers, 2 eiwitten) 


deegbodem:


  • 150 gr pecannoten
  • 200 gr witte bloem
  • 70 gr bruine basterdsuiker
  • 120 gr boter
  • 2 ei dooiers 

topping:

  • 1 eiwit
  • 1 tl basterdsuiker
  • 1 eetlepel pompoenzaden.
pompoenmassa
De pompoen smeer je in met de ahorn siroop en verspreid het op een rooster in de over. Een lekbak er onder is zeker niet overbodig. (Tijd voor de bodem !) Na een 1 uur  haal je ze uit de oven en maal je de pompoen tot een gladde massa in de keukenmachine. Daarbij doe je dan 65 gr bruine basterdsuiker, 50 ml melk, een beetje boter, de kruiden en 3 eierdooiers en 2 eiwitten. Kloppen tot het een luchtige massa is. 

deegbodem
Maal de 150 gr pecannoten fijn in een blender en voeg daar de 200 gr witte bloem, 70 gr bruine basterdsuiker en 120 gr zachte boter aan toe. Meng dit door elkaar heen en voeg tot slot de  2 eierdooiers toe. De ontstane deegbal leg je vervolgens zo'n 20 minuten in de folie in de koelkast te rusten. Het deeg blijft wat brokkelig va structuur waardoor het makkelijk in de ingevette taartvorm (20 cm doorsnee) kan worden verdeeld en aangedrukt. Weer even 10 minuten rusten, gaatjes prikken en dan 25 minuten bakken in een oven van 180 C. 

De pompoenmassa kan dan op de bodem en daarna opnieuw de oven in. Voor nog eens 40 minuten.
Ondertussen maak jij de topping klaar.  Het eiwit opkloppen. Volgens recept mag je daar slechts een lepel van gebruiken. Dit meng je met 1 tl bruine suiker en de pompoenzaden. Dit gaat halverwege de baktijd op de taart.   Even laten afkoelen en daarna serveren met vanille0ijs.

ps..Ik kon het natuurlijk niet laten om toch wat meer eiwit te gebruiken.  Achteraf had ik, of moeten gaan voor de officiële variant, of moeten kiezen voor de echte merengue versie.  Dat laatste is misschien wel net de toevoeging waar iedereen bij omvalt.  Wie weet ga ik dat nog eens uitproberen.










maandag 18 november 2013

Over tijd en cultuur heen


Na al die heerlijke Läckbergs gelezen te hebben, kwam ik er achter dat ik het laatste deel in de reeks miste. Wat balen! Maar het was ook wel een goede aanleiding om weer eens een heel ander boek te lezen.

Dat andere boek werd De Wertheims van Silvia Tennenbaum, over een gegoede Duits-Joodse familie in Frankfurt begin 20e eeuw. Tennenbaum is zelf een nazaat van de familie Wertheim en heeft de geschiedenis van haar familie prachtig verweven met de geschiedenis van Europa in die tijd. De tijd van de twee wereldoorlogen.

Wat een mooi boek! Het leest erg gemakkelijk weg en geeft naast de persoonlijke geschiedenis en de impact van de geschiedenis van Europa op de familie, ook een mooi inkijkje in hoe een rijke familie leefde in die tijd.  

Een heel leger personeelsleden (nanny, kok, schoonmaker) en tafels vol met goed eten. Een leven vol kunst en cultuur, uitjes, reizen en mooie spullen.

En nou komt het: me bekroop steeds het gevoel dat een rijke Joodse familie uit begin 1900 meer gemeen heeft met een rijke Indiase familie anno nu, dan met een arme Duitse sloeber uit hun eigen tijd. En dat dus het leven van een rijke Indiase familie hier en nu meer lijkt op dat van de Wertheims daar en toen, dan op dat van een hedendaagse Indiër uit de onderste kaste. Of op dat van een “onaanraakbare”. Bizar.

Oh, wat zou ik toch graag eens in de tijd reizen! Wat zou het toch geweldig zijn om eens écht in een andere tijd te kunnen rondkijken. En zouden die Duitsers zich hier in India redden? In de Indiërs daar? 

Het blijft bij speculeren vrees ik... 

En voor nu: de laatste uit de reeks van Camilla Läckberg. Bij toeval kwam ik erachter dat we dit boek wél hebben: A. had hem op zijn e-reader gekregen bij zijn afscheid van zijn werk in Vlaardingen. En tot ik dit boek uit heb heb ik toch geen rust om te beginnen in al die andere.

Dus van de rode kool, aardappelpuree en puddingen van de familie Wertheim weer terug naar mijn favoriete kaneelbolletjes van Erica Falck!

maandag 11 november 2013

Vis en kaneelbolletjes



Och lieve Marjan, vis…. Heb hetzelfde probleem met de vis-hoofdstukken in de kookboeken. Al heeft het bij mij dan een heel andere oorzaak.

Sinds ik bijna 5 jaar geleden ben gestopt met het eten van vlees, heb ik nog geen moment een gehaktbal, een biefstukje of gegrilde kip gemist. Maar 3,5 jaar later kwam ook vis op mijn “dit-eet-ik-niet-meer-lijstje” te staan en dát was een stukje lastiger. Nieuwe haring. Een goed gebakken scholletje. Vette paling. Een mooie moot zalm….. af en toe kan ik er nog steeds zin in hebben.  Maar goed, principieel als ik ben, eet ik het ook niet heel af en toe. En zelfs niet stiekem.

Deze zomer was ik in Denemarken. Wat een fijn land. En wat kon je daar goed eten, herinnerde ik me nog van jaren geleden. Wat ik even vergeten was, is dat ik toen nog niet vegetarisch at. Nu moet ik dus helaas zeggen: Wat een fijn land. En wat eet je daar beroerd als vegetariër! Hoe gek ik ook ben op Scandinavië (de Zweedse taal leren staat ergens bovenaan mijn bucket list), het eten hoort daar niet meer bij.

Ach, dan blijf ik toch gewoon hun boeken verslinden. Vooral dan die van Zweedse schrijvers. Na alles van Henning Mankell, Liza Marklund en Lars Kepler gelezen te hebben, was het de afgelopen weken tijd voor Camilla Läckberg. Hebben jullie dat ook? Dat je een beetje gaat houden van al die hoofdpersonen? Kurt Wallander, Annika Bengtzon, Joona Linna en nu dus Erica Falck en haar man Patrick Hedström. Het ene boek nog niet uit of ik was al weer begonnen in het volgende. Dit had niets meer te maken met heel aandachtig lezen en er dan diep over nadenken. Welnee, dit was gewoon hap slik weg. Fastfood zeg maar. Heerlijk! Wat schrijven die Zweden toch makkelijk en toegankelijk.

En het grote voordeel bij Läckberg: de hoofdpersonen ontdooien en eten de hele dag kaneelbolletjes. Da’s een heel mooi alternatief voor vis! Heb je daar nog ergens een recept van liggen, Marjan?



Maar op woensdag eten we zo lekker....



Dit weekend hadden we de oudere generatie op bezoek, beiden bijna 80 jaar "oud".

Mijn schoonouders hebben iets met boten. En het etentje op de ss Rotterdam was dan ook helemaal raak. Genoten hebben ze. Van ons gezelschap (tuurlijk), de entourage ( dat majestueuze schip is ook echt bijzonder) en ook van het eten. Mijn schoonvader koos kibbeling. Mooie dikke brokken vis in een jasje en zo'n echte puntzak met patat.

Hij genoot er zichtbaar van. Het gebedel van mijn zoon: "mag ik nog een stukje proeven opa ?" negeerde hij dan ook heel slim of hij hoorde het echt niet. En gelijk heeft ie.  Mijn schoonvader  is namenlijk net als mijn vader en mijn man getrouwd met een vrouw die niet van vis houdt. Dat, in combinatie met de toch traditionele rolverdelingen, komt er thuis geen vis op tafel. Ook bij mij niet.

Stiekem baal ik daar van. In elk kookboek dat ik doorblader, kan ik dat ene hoofdstuk snel over slaan. Aan mij niet besteed.  Tegelijkertijd ziet het er soms zo aantrekkelijk uit. Ik geloof echt dat vis heerlijk kan zijn, of beter ... echt heerlijk is. Maar zodra ik een hap in mijn mond neem, proef ik die vis. En daar raak ik maar niet aan gewend. Ik neem mezelf voor: ooit ga ik vis leren eten.

De visetende mannen in de familie moeten het in de tussentijd doen met de etentjes buiten de deur en de viskraam op de woensdagse markt. Voor zoonlief ga ik zo af en toe met alle liefde in de rij staan voor een bakje visfriet. En inderdaad ziet manlief zijn kansen schoon wanneer we mogen kiezen van een menukaart. Helaas niet voor mijn schoonvader.  Op woensdag is het namelijk kipdag, dus geen plekje meer over voor een portie kibbeling op de markt. Of zoals hij het zelf zei: "Ik zou best wel eens een kibbelingetje willen kopen, maar op woensdag eten we zo lekker. "

In mijn huishouden draait er niks op vaste tijden, of standaarddagen. Ik zou het niet eens kunnen. Soms doe ik halfslachtige pogingen om wat structuur aan te brengen, maar de meeste pogingen gaan na een week, hooguit twee weer de kast in. Nee, bij mij komt het zoals het gaat. Zo ook mijn bakpoging dit weekend.

Al ver voor Halloween heb ik 3 mooie grote (hele grote) pompoenen gekocht. Om in de stemming te komen, als versiering, om uit te hollen, en om een voorraadje pompoenpuree van te maken.  En zoals het bij mij dan gaat..  een week na Halloween zit mijn dochter met een ijsschep de eerste pompoen uit te hollen. (stap 1)

De pompoenpuree is bedoeld voor het pompoenbreekbrood dat ik wou uitproberen voor het ontbijt met mijn schoonouders.  Om toch iets van een eigen culinaire bijdrage voor mijn gasten te kunnen doen. Een Amerikaans recept dat volgens de officiële bronvermelding komt uit:The Kinfolk Table: Recipes for Small Gatherings.

Andere bezigheden zaterdag (lees extra poetsen door de afwezigheid van de hulp) zorgden er al snel voor dat ik het brood ook prima vond passen bij de zondagse lunch.  Maar het komt zoals het gaat. Brood moet rijzen, in dit geval zelfs twee keer. Het heeft dus zijn eigen tijd met als gevolg dat ik het eerste stukje vers breekbrood proefde nadat we mijn schoonouders net op de trein hadden gezet.

Maar lekker dat het was.  Een beetje als suikerbrood.. lekker zoet.  Inderdaad prima voor het ontbijt.   Of als koekje bij de thee. De pompoensmaak was er op de achtergrond. Die had voor mij nog wel wat sterker mogen zijn. Maar dat zal ook per pompoensoort wel verschillen.



POMPOEN BREEK BROOD




  • 4 el boter (ik gebruikte margarine uit de fles)
  • 120 ml melk
  • 2,5 tl droge gist 
  • 250 gr rietsuiker
  • 175 ml pompoenpuree
  • 1 tl zout
  • 175 gr bloem
  • 125 gr donker variant bloem (zelf gebruikte ik pompoembroodmeel)
  • olijfolie
  • 2 tl kaneel
  • 1/2 tl nootmuskaat 

In een klein pannetje verwarm je de boter tot deze bruin kleurt. Roeren is niet de bedoeling.  Na zo'n 3 tot 4 minuten doe je daar de 120 ml melk bij. Omdat gist niet werkt bij te hoge temperaturen moet je zorgen dat het goedje niet warmer is dan 42 C.  Even geduld dus tot het geheel is afgekoeld.  Schenk het dan over in je beslag kom, roer de gist erbij en 50 gram van de suiker. Weer even geduld. 10 minuten waarin je mooi de 175 gr  bloem, de 175 ml pompoenpuree en de theelepel  zout kan afwegen. Na die 10 minuten gooi dit mengsel bij de melk en gist in je beslagkom en meng je het goed door elkaar. Daarna kan je de tweede bloemsoort in gedeeltes toevoegen, terwijl je tussendoor even je deeghaken aan het werk zet. Kneed het deeg tenslotte  6-8 minuten door tot het elastisch en 'sticky' is.

Een grote kom vet je in met de olijfolie. De deegbal rol je daar doorheen zodat deze aan alle kanten ingevet is. Afgedekt met plasticfolie kan het een anderhalf uur gaan rijzen totdat ie twee keer zo groot is  geworden. 

De rest van de suiker (200 gr), 2 tl kaneel en een 0,5tl nootmuskaat en twee e.l. (vloeibare) boter mix je door elkaar. Wanneer de deegbal (ahum.. van een bal was bij mij niet echt sprake, meer een lekgeprikte variant) twee keer zo groot is, kneed je het nog weer 2 minuten door. Rol het deeg uit in een rechthoek. Verdeel hier het suikermengsel over en druk het een beetje aan. 

Daarna ga je er voor zorgen dat het niet een gewoon brood wordt, maar een echt breekbrood.  Verdeel het brood in 6 smalle repen. Stapel deze op elkaar ( en helemaal geschikt voor mij: netjes is niet noodzakelijk) en snijd het vervolgens in vierkante blokjes. Deze blokjes stapel je lekker rommelig in een broodbakblik.  

Daarna mag dat nog eerst een half uurtje rijzen voordat het de over in gaat. De oven kan op 180 C. Na de voorgeschreven 30 minuten vond ik mijn breekbrood nog niet voldoende gaar en heb het nog een kwartiertje langer gegeven. Een goed besluit. Nadat het was afgekoeld bleek die precies goed te zijn.